Loader

Het ouder(en) verhaal

12 Nov 2014
  • “Ouderen gaan nog te snel naar rusthuis” en “Campagne voor kortere ziekenhuisverblijven na bevalling nodig”. Twee titels op dezelfde bladzijde van De Standaard. Ze gaan niet over hoe zorg kan verbeterd worden, ze gaan over hoe de factuur kan betaalbaar gehouden worden. Ze stellen zich geen vragen bij wat de grondoorzaak is en hoe we die zullen aanpakken. Het is een kwestie van cijfers en hoe die kunnen kloppend gemaakt worden.

    Geruisloos en zonder veel gemor wordt dit discours gemeengoed. Het zijn ook de sociaal en financieel zwakkeren die dit zullen voelen en we behoren met zijn allen wel tot de 99%, maar daarom nog niet tot die groep van zwakken.

    En ik merk bij mezelf ook een weerstand om het hierover te hebben.

    Ik heb vaak in het verleden het gevoel gehad dat de armen (er was zelfs een bepaalde tijd ook sprake van allerarmsten) en zwakkeren in de maatschappij als excuustruus werden gebruikt voor een gecamoufleerd anti-discours. Vaak worden armen opgevoerd wanneer de sociale welvaartstaat bedreigd wordt en/of als links zich tegenover rechts bevindt. Om nadien weer geruisloos te verdwijnen, of soms nog even als een kil cijfer weer op te duiken in een of andere statistiek of krantenbericht. Ik hoorde deze week dat 200 gezinnen in Aalter voedselpakketten hebben aangevraagd. Zo dichtbij en toch zo veraf.

    En het is dat excuusverhaal dat mij altijd gestoord heeft. Net zoals het mij stoort als mensen zeggen dat ze het kind zijn van een “kleine zelfstandige”. Met grote zelfstandigen is blijkbaar iets mis en “small is beautiful”. En ja het betekent ook, ik heb het niet voor niets gekregen, mijn ouders moesten hard werken. Maar de andere zijde van de medaille is dat kleinheid en tekort iets aantrekkelijks heeft. En dat stoort mij.

    En een andere keer wordt opkomen tegen armoede ook gebruikt om verworven rechten te verdedigen van zij die niet arm zijn, maar leven van de armoede. De helper en de hulpbehoevende die elkaar in stand houden.

    Waarom komen we er niet toe om een nieuw verhaal te schrijven, aangepast aan deze tijd? Want de wereld ziet er ondertussen wel anders uit dan die van de jaren zestig toen onze welvaartstaat tot ontwikkeling kwam. En betekent een nieuwe wereld ook niet meteen een uitdaging om nieuwe en aangepaste antwoorden te vinden?

    Geert Noels heeft in zijn boek Econoshock de schokken die onze maatschappij ondervindt kernachtig verwoord:

    De demografie Verschuiving van het zwaartepunt naar het Oosten De toenemende informatie- en communicatietechnologie Het einde van de fossiele brandstoffen De financiële crisis (hij noemt het eufemistisch en optimistisch:“het nieuwe (oude) kapitalisme”) De groene economie Zoals ieder van ons wordt ook hij bepaald door zijn geschiedenis, opvoeding en ervaringen om een aantal oplossingen naar voor te brengen. Zijn het de juiste? Misschien wel, misschien niet.

    Maar reeds in de vraag: wat is de oplossing voor de gestelde problemen” zit de valkuil verborgen. Van het “optimism is a moral duty” tot het “yes we can” ligt al een wereld van verschil voor wie met een ruime blik kijkt. Maar wie kent de ontvanger van de boodschap, wie kent zijn of haar verhaal, zijn/haar manier van denken, van betekenis geven. “yes we can” is een heel andere slagzin voor een gedreven ondernemer in Kortrijk, dan voor de “Gangs of New York” of de “Slumdog milionaire in Mumbay”.

    En wat betekent die uitspraak voor de oudere die het bed niet meer uitkan en te horen krijgt: “doe het maar in je pamper”.

    Het oude verhaal waarbij langer leven het doel was werkt niet meer. En ook het verhaal van meer is beter klopt niet meer. Maar hoe schrijven we een nieuw verhaal, zonder dat het een verzinsel wordt?

    Moeten we terug naar het “te is nooit goed, behalve tehuis en tevree”, nadat we toch maar “het eigen volk eerst” hebben afgezworen. Of is het tijd voor een heel nieuw verhaal? En kunnen we daarvoor kiezen?