Loader

Het geloof en de samenleving

19 Nov 2014
  • ONZE EVOLUTIE IN EEN NOTENDOP

    “De samenleving dient opnieuw te worden uitgevonden” dat stelde Prof. L. Huyse kort na zwarte zondag nu reeds 20 jaar geleden.

    Ik wil in deze tekst hierop wat dieper ingaan. Enerzijds op wat samenleving als begrip inhoudt en anderzijds over hoe die opnieuw zou kunnen worden uitgevonden. Beide hangen nauw samen. Het verwoorden van de essentie geeft meteen ook de opstap naar hoe die essentie een nieuwe vorm kan krijgen.

    Samenleven is door onze geschiedenis heen aan grondige wijzigingen onderhevig geweest. Aanvankelijk waren er allicht solitaire groepen die samen op jacht gingen en mekaar voedsel en bescherming voor de natuurelementen boden. Zij waren intelligenter dan de andere dieren, maar leefden voor de rest op dezelfde manier als zij: reagerend op de behoeften die zich voordeden, zonder zelfbewustzijn, zonder angst.

    De stam of clan was een verdere evolutie, waarin mensen, verwanten, bij elkaar onderdak zochten, bereid waren zichzelf op te offeren voor de groep. Zij eerden de goden om hun angst te bezweren. Want daar waren ze zich ondertussen bewust van geworden. Er was een toenemend inzicht over de samenhang der dingen en de rol van goddelijke elementen daarin. De angst voor de goden en het respect voor de ouderen hield de groep bijeen.

    Veiligheid en welvaart groeiden en ook de kracht van stammen. Ze gingen op trektocht want welvaart bracht ook de nood aan nieuwe gebieden. De stam bleef de referentie, en andere stammen waren de vijand. Die mochten afgemaakt en vernietigd worden zonder schuldbesef.

    Het leidde tot de val van het Romeinse Rijk. Een structuur met tot dan toe nooit geziene omvang en organisatietalent, maar week van binnen en niet opgewassen tegen de nieuwe ontwikkelingen.

    Het christendom bracht een nieuw element binnen. Er was sprake van één God. Er was sprake van schuld en boete. Mensen waren bereid hun leven te geven, niet alleen voor de familie of de clan, maar ook om dit geloof te verspreiden en te verkondigen. De vervanging van het veelgodendom door een God, door de goddelijke wet bracht rust in onrustige gebieden. Gestaag werd gewerkt aan opbouw waardoor deze weg zijn waarde bewees.

    De geboden volgen en God eren leidde tot veiligheid, welvaart en welzijn voor velen. Vermijden van schuld was een belangrijke drijfveer, want het echte welzijn was toekomstmuziek en mocht niet gecorrumpeerd worden door wandaden in het aardse leven. Dit waardesysteem, want dat was het, heeft rijke bloei gebracht en leefde tot voor kort in de hoofden van velen.

    Een eerste breuk kwam er door de opkomst van nieuwe informatiesystemen (boekdrukkunst), en ook door het tot bloei komen van een nieuw waardesysteem, dat weliswaar gebruik maakte van de opgezette systemen van hiërarchie en organisatie, maar anderzijds koos voor persoonlijk gewin en persoonlijke ontwikkeling. Intrest was geen vies woord meer. De deelname van het individu aan het economisch systeem zonder enige geestelijke connotatie werd geboren. Nieuwe gebieden werden ontgonnen en de rijkdom werd gedeeld met geloofsgenoten en familie. Het protestantisme brak met de dominantie van de geestelijkheid en stelde principieel de persoonlijke belijdenis centraal.

    Eeuwen zijn erover heengegaan om de dominantie van het centrale, goddelijke gezag in vraag te stellen en de rijkdom van persoonlijk inzicht te promoten. De bestaande structuren werden in vraag gesteld door het adagio van de Franse Evolutie: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Vooral de eerste twee kenden hun ontwikkeling in de voorbije 2 eeuwen en hun plaats in de menselijke ontwikkeling is onmiskenbaar geworden.

    Ondertussen heeft zich onzichtbaar voor het oog van velen een evolutie in het menselijke denken afgespeeld. Een evolutie die onomkeerbaar is (a mind stretched by a new experience can never go back to its old dimensions).

    In de begintijd van de menselijke ontwikkeling was zowel het geestelijke als het wereldlijke gezag in handen van de geestelijke leider. Sterker, er was gewoon geen onderscheid. De geestelijke leider was Gods gezant op aarde. Geleidelijk aan kwam er een scheiding tussen de geestelijke en de wereldlijke macht. Het christendom heeft aan deze evolutie willens nillens bijgedragen: geef aan God wat God toekomt en aan de Keizer wat de Keizer toekomt.

    Dit leidde tot een splitsing tussen het geestelijke gebied en het politieke gebied. Beide gingen zich in toenemende mate autonoom ontwikkelen. Zo ging het ancien regime over in meer democratische systemen die het gelijkheidsbeginsel in toenemende mate doorvoerden. Het geestelijke gebied kende zijn eigen ontwikkeling, los van en soms in tegenstelling met het politieke gebied. Het protestantisme en het humanisme brachten het idee van vrijheid van denken binnen.

    Daarnaast kwam het economische gebied meer en meer in handen van individuen die we ondertussen ondernemers zijn gaan noemen. De erkenning van persoonlijk bezit en eigendom was hierin belangrijk, maar ook het bewustzijn dat we zelf geheel of gedeeltelijk onze leefwereld, onze toekomst bepalen en dus niet (enkel) God of de goden.

    Maar in onze streken, waar het katholicisme hoogtij vierde bleef de dominantie van de hiërarchie in het geestelijk gebied bestaan. Als we vandaag naar dit gebied kijken dan zien we dat het veel van zijn kracht is verloren. Het heeft terrein verloren aan het politieke en het economische gebied, het heeft ook op eigen terrein verloren. Mensen verdragen geen opgelegde geboden meer en willen vrij hun geloofsbeleving bepalen en invullen. Als ze dat al doen. Want voor velen is het terugdringen van de religie ook een volledig terugtrekken uit dit gebied geworden. Consumeren en produceren is voor hen het enige geloof geworden. M.a.w. men is eigenlijk enkel nog economisch actief. Het geestelijke gebied, en eigenlijk ook het politieke gebied worden verlaten, voor de cultus van het ik consumeer/produceer.

    Dat de samenleving door dit laatste zelf onder druk komt te staan en dreigt te verdwijnen wordt voor velen meer en meer duidelijk. Of je nu een religieus, een materieel of een humaan perspectief hebt, voor velen is het duidelijk dat de samenleving op deze manier niet kan blijven bestaan, kan worden vormgegeven. We halen energiebronnen leeg en putten de aarde uit. Onze sociale systemen dreigen onbetaalbaar te worden.

    Voeg daaraan de dreigende en toenemende verarming toe en er ontstaat een ontplofbaar mengsel dat wellicht overeenkomsten vertoont met de val van het Romeinse Rijk. Ook hier dreigen waardesystemen gericht op overleven en veiligheid terug de overhand te krijgen.

    Er liggen dan ook duidelijk twee wegen open. Ofwel maken we gebruik van wat we kennen, wat we weten en verworven hebben uit onze geschiedenis om een antwoord te formuleren en trachten we oude systemen te behouden of in ere te herstellen.

    Ofwel gaan we in tegendeel , met een open geest, vrij van oordeel, kijken wat zich voor onze ogen afspeelt en zetten we nieuwe systemen op, maken we plaats voor een nieuwe cultuur, een nieuw waardesysteem, dat de oude systemen en waarden incorporeert, integreert.

    De Tweede weg is onzeker in die zin dat hij nieuw is en moet worden uitgevonden. De eerste weg lijkt zeker omdat hij gekend is en beproefd. Dit is echter een schijnzekerheid want hij is niet meer aangepast aan deze tijd. Een tijd van toenemende interactie en complexiteit , een tijd ook van vrijheid en gelijkheid, waarbij gezag en gebod niet zomaar aanvaard worden. Waar meer individuen ontvoogd zijn en meer en meer gevraagd wordt zelf verantwoordelijkheid op te nemen.

    De tweede weg is onzeker, omdat hij onbeproefd is. Er bestaan echter handvaten die ons houvast kunnen geven.

    Een van deze handvaten is het inzicht dat in een samenleving, klein of groot, de 3 gebieden waarin mensen actief kunnen zijn: het geestelijke, het politieke en het economische gebied, zich op een gezonde manier moeten kunnen ontwikkelen. Dat zij op een harmonische manier naast en in wisselwerking met elkaar dienen te bestaan. Dat inzicht is verloren gegaan en vraagt om hernieuwde aandacht.

    HER-DENKEN Ik heb hierboven geschetst hoe die gebieden op een organische manier van elkaar afgescheiden zijn en in de meesten van ons tot ontwikkeling gekomen zijn in onze geschiedenis. Het is nu tijd om op een bewuste manier deze gebieden te herdenken, op elkaar af te stemmen. Om op die manier de samenleving opnieuw uit te vinden.

    Hierbij draagt het geestelijke gebied bij aan de ontwikkeling van de andere gebieden door ideëen en beleving van waarden te stimuleren en na te denken over hoe die in de andere gebieden kunnen uitgewerkt worden (normen) en toepassing vinden. Het is mijn overtuiging dat dit het best kan gebeuren in de praktijk van alle dag en niet in theoretische discussies allerhande. Vandaar dat ik een sterk voorstander ben van het samenbrengen van de drie gebieden binnen gemeenschappen met een gemeenschappelijk doel. Het is over die gemeenschappen en gemeenschappelijk doel dat ik nu even wil uitweiden. Ik heb het over de Franse revolutie gehad en haar ideeën: vrijheid, gelijkheid, broederschap. Vooral de principes vrijheid en gelijkheid hebben in onze maatschappij veel aandacht gekregen. Emancipatiebewegingen hebben gezorgd voor meer gelijkheid, en vrijheid schijnt voor velen het hoogste goed. Het derde principe heeft veel minder aandacht gekregen: Broederschap . Bij zoverre dat we eigenlijk niet goed weten wat dit inhoudt. Broederschap heeft hiermee te maken dat we met elkaar omgaan zoals familie; oprecht, eerlijk, zorgzaam. Er is sprake van een lotsverbondenheid en solidariteit. Je kiest je vrienden, maar niet je familie. Je kan daar niet onderuit….

    Het is interessant om te zien dat het aspect vrijheid in oorsprong te maken had met de vrijheid van denken en m.a.w. toebehoorde aan het geestelijke of culturele gebied. En dat het aspect gelijkheid toebehoorde aan het politieke gebied. In beide gebieden zijn hier rond nog spanningen , wat bewijst dat de ontwikkeling eigenlijk nog onvolkomen is maar wel zichtbaar.

    Het derde principe hoort toe aan de economie. En daar merken we dat dit verder weg is dan ooit. Alhoewel er succesvolle voorbeelden zijn uit de geschiedenis (vb. de coöperaties in de landbouwsector) zien we dat het marktgerichte denken dit principe quasi volledig teniet hebben gedaan. Meer nog je merkt dat beide andere principes toegepast op het economische gebied dit gebied onherbergzaam gemaakt hebben. Vrijheid in de economie heeft geleid tot het principe van ieder voor zich, tot een uitputten van de draagkracht van de aarde, tot een teloorgaan van loyaliteit en dies meer. Als we kijken naar tot wat het marktgerichte denken geleid heeft in de sector van landbouw dan zien we dat een totale vrijheid en een duurzame landbouw eigenlijk niet samengaan. Men stelt vast dat afspraken noodzakelijk zijn, maar vindt er niet de gemeenschappelijke morele basis voor. Het is mijn stelling dat we die vandaag ook niet op het niveau van grote groepen, zoals landen of ketens zullen vinden.

    Het is mijn stelling dat we die samen zullen heruitvinden in lokale gemeenschappen, waar een lotsverbondheid bestaat m.b.t. de inrichting en het gebruik van de beperkte ruimte en middelen. Vanuit succesvolle gemeenschappen waar de drie gebieden optimaal floreren zullen nieuwe samenlevingsvormen ontstaan die verder zullen worden opgeschaald. Maar we zullen klein moeten beginnen. Omdat klein de maat is van gewone mensen zoals u en ik en omdat gedeelde waarden en een waardesystemen ontstaan en zich ontwikkelen in en tussen mensen. Zij kunnen niet worden opgelegd, zij kunnen enkel ontstaan.

    INZETTEN OP GEMEENSCHAPSVORMING Oude instituties gaan ten onder als zij zich niet kunnen vernieuwen. Een voorbeeld hiervan zijn de kerkelijke instellingen zoals kloosters en concregaties. Voornamelijk zij die zich in de wereld begeven zoals dat heet hebben het moeilijk om hun plaats te behouden in de veranderende wereld.

    Deze congregaties zouden letterlijk ruimte kunnen geven aan de (economische) productie van wat wezenlijk is voor gemeenschappen: voedsel en energie. We zouden daar ook zorg kunnen aan toevoegen .

    Door die ruimte te creëren scheppen zij de (rand)voorwaarden waardoor de andere gebieden tot ontwikkeling kunnen komen. In het politieke gebied worden afspraken gemaakt over hoe alles zal georganiseerd worden. Het geestelijke gebied is voedend naar waarom die afspraken gemaakt worden (waarden).

    De kracht van deze congregaties zal dan blijken te liggen niet in eerste instantie in de inhoud van hun geloof, in wat zij geloven maar in het feit dat zij geloven. In het feit dat zij met het geestelijke gebied actief werken en daardoor dit gebied aanwezig kunnen stellen in interactie met de andere gebieden. Dit is iets waar bedrijven, maar ook de politiek, onbewust van de kracht van de drie gebieden totaal geen kaas van hebben gegeten…..

    Omgekeerd zullen zij door in interactie te gaan met die gebieden en met de mensen die er actief in zijn, zichzelf kunnen herbronnen. Iets wat zonder die interactie dreigt een steriele en theoretische bedoening te blijven.

    Ik denk dat lotsverbondenheid, m.n. de verbondenheid die er is doordat mensen dezelfde plek/regio delen, beleven en belevendigen, een ideaal vertrekpunt is om de samenleving opnieuw uit te vinden.